Project 2008 / 2009

"la Côte d'Opale"

Citaat uit het boek ‘België’ van Victor Hugo

"Het traject van Calais naar Bolougne is een verrukkelijke rit. De weg voert door een van de mooiste landschappen ter wereld.
De heuvels en de dalen verheffen en verslagen zich in schitterende welvingen.
Op de toppen doen zich reusachtinge schouwspellen voor. Zover het oog reikt, verdiepingen van aan elkaar gestikte velden en weiden; grote rosse vlakten, grote groene vlakken, klokkentorens, dorpen, bossen die op honderden manieren hun grote, donkere trapeziums tonen en altijd weer, helemaal achteraan in het westen, een mooie tussenruimte tussen de heuvels, die door de zee gevuld wordt als een vaas. Het schitterende landschap varieert van moment tot moment. De heuvels, tegelijk week en streng, verzacht door de stevige zeewind, vertonen soms Italiaanse lijnen. Van tijd tot tijd komen hoge duinen, meesterlijk gevormd als golven die door de schommelingen van het rijtuig voor het oog bewegen, in grote wanorde tot aan de rand van de weg. De zee, die zich langzaam terugtrekt van de Franse kust, kwam vroeger tot daar. En dan verwijderen ze zich weer om in de verte aan de horizon hun korte en machtige welvingen te gaan benadrukken. Het zijn, aan de einder van het vergezicht, stevige en lieflijke arabesken, om en om gebeeeldhouwd door alle elementen. De oceaan heeft ze geschets, de storm voltooit ze.
"

"Etables is niet meer dan een dorp, maar een dorp zoals ik het graag aantref, een kolonie vissers, gevestigd in een van de sierlijkste kleine baaien aan het Kanaal. Het was toen eb toen ik er aankwam; alle boten lagen in de verte op het droge zand, zwart en glimmend als mosselschelpen. Ik heb er een paar getekend, tijdens een wandeling over de zandbank. Af en toe zag ik, op de drempels van huisjes, van die waardige gedaanten van zeelieden, die je trots groeten. De zee blonk in het midden van de baai, schitterend en in flarden, als een stuk zilverdoek. De hoogten die de zee in het zuiden begrenzen, hebben een prachtige, rustige vorm. Een paar grote wolken daalden er traag op neer. Het was een kalm en groots schouwspel."

"Ik was in Le Tréport en wilde het exacte punt zien waar het duin ophoudt en het klif begint. Een mooie tocht, maar er is niet anders dan een geitenpaadje en je moet te voet. Ik heb en gids genomen en ben op weg gegaan. Het was twaalf uur 's middags. Om een uur was ik op de top van het klif tegenover Le Tréport. Ik was over een soort dijk van kiezelsteen geklommen, die de zee tegenhoudt en de vallei beschermd aan het einde waarvan zich de hoge topgevels van het kasteel van Eu aftekenen; aan mijn voeten lag het gehucht tegenover Le Tréport.
De mooie kerk van Le Tréport verhief zich recht tegenover me op de heuvel, met alle huizen van haar dorp onder haar verspreid, als een ingestorte stapel sten. Achter de kerk strekte de reusachtige muur van verweerde kliffen zich uit, geheel in puin aan de top, met grote vlakken groen in de geslagen bressen. De zee, indigo onder de blauwe hemel, duwde haar reusachtige, met schuim gezoomde halve cirkels de golf in. Twee of drie loggers verlieten vrolijk de haven. Geen wolkje aan de lucht. Stralende zon.
"